Archeologie in Oudenburg

Een beknopt chronologisch overzicht

Het archeologische onderzoek begint al in de 11de eeuw. Rond 1070 beschrijft een monnik van de thans grotendeels verdwenen Sint-Pietersabdij de resten van de Romeinse versterking waarvan toen nog belangrijke delen bovengronds nog zichtbaar waren. Deze beschrijving is het oudste opgravingsverslag van een Vlaamse archeologische site. 

Vanaf de jaren ’50 van de vorige eeuw hebben verschillende generaties van archeologen onderzoek gedaan in Oudenburg.

Enkele blikvangers

Prof. Jozef Mertens zette Oudenburg op de internationale kaart van de archeologie. Van 1956 tot en met 1977 groef hij met zijn ploeg, waaronder Luc Van Impe en Prof. Marc Lodewijckx, in het Romeinse castellum en in het laat-Romeinse militaire grafveld. Voor die periode moet ook het onderzoek van Luc Devliegher van de funderingsresten van de kerk van de Sint-Pietersabdij worden vermeld.

In de jaren ’80 van de vorige eeuw prospecteerde Yann Hollevoet een groot deel van Oudenburg (field walking). Aan de hand van opgeploegde concentraties van vondsten, kon hij heel wat nieuwe archeologische sites lokaliseren. Voorts legde hij delen van de Romeinse burgernederzetting en van het Romeinse civiele grafveld bloot.

Van 2001 tot 2005 vonden belangrijke opgravingen plaats in het castellum. Naar aanleiding van de bouw van een warenhuis en van een woonwijk, respectievelijk ter hoogte van der zuidwestelijke hoek van het castellum en ter hoogte van de noordoostelijke hoek van het castellum, kreeg het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) (omgedoopt tot Agentschap Onroerend Erfgoed) de kans om, o.l.v. Sofie Vanhoutte en Els Patrouille, op zeer gedetailleerde wijze deze delen van het kamp te onderzoeken. Doordat deze opgraving zo nauwgezet kon worden uitgevoerd en een hele resem natuurwetenschappers en materiaaldeskundigen werden betrokken, is het onderzoek en de uitwerking van de gegevens van groot belang voor de uitbreiding van de kennis over de Romeinse militaire aanwezigheid in Oudenburg en bij uitbreiding in het kustgebied.

Niet enkel Oudenburg bezit een rijk verleden, maar ook haar deelgemeentes. De deelgemeentes Roksem en Ettelgem leverden een uitzonderlijke concentratie aan vroegmiddeleeuwse sites, in het bijzonder kleine landbouwnederzettingen, op. Van belang is vooral het onderzoek langs de Zeeweg (Roksem) door Marc Dewilde en Johnny De Meulemeester en het onderzoek in de Hoge Dijken (Roksem) en vlakbij de Romaanse kerk van Ettelgem door Yann Hollevoet. Eerder had Jozef Mertens al onderzoek gedaan naar het verdwenen Romaanse kerkje van Roksem.

Om de toevloed aan archeologische opgravingen vanaf 2005 op het grondgebied Oudenburg het hoofd te kunnen bieden, besloot Stad Oudenburg een eigen archeoloog in dienst te nemen om dit onderzoek te coördineren. Deze rol werd eerst opgenomen door Jessica Vandevelde (2005), later door Jan Decorte (2006-2007) en momenteel door Wouter Dhaeze (2008- …). Een belangrijk partner in het onderzoek was het VIOE. Van 2005 tot 2010 vonden er onder meer opgravingen plaats op het terrein van de voormalige Sint-Pietersabdij, in het castellum (site Kapellestraat), in de Romeinse nederzetting (site Riethove) en op verschillende plaatsen in middeleeuws Oudenburg waarbij het onderzoek van de funderingsresten van de grafelijke lakenhalle de blikvanger vormt (site Hoogstraat). Tezelfdertijd vonden ook werfcontroles en waarderend archeologisch onderzoek d.m.v. proefsleuven in Oudenburg en de andere drie deelgemeentes plaats. Momenteel wordt het archeologische onderzoek in hoofdzaak uitgevoerd door archeologische bedrijven. De stadsarcheoloog heeft nu vooral een beheersmatige rol.


 
RAM Oudenburg
Marktstraat 25
8460 Oudenburg
T 059-56 84 00
F 059-26 54 00