Patrimonium
Romaanse Sint-Eligiuskerk
Oudekerkstraat, Ettelgem
Sedert 1911 doet deze grotendeels Romaanse constructie geen dienst meer als bidplaats. Het oorspronkelijke uitzicht van de kerk is nog duidelijk zichtbaar: een driehoekige basilikale vorm met koor en arcaden van de middenbeuk (twaalfde en veertiende eeuw). De stoere toren dateert uit de veertiende eeuw en de sacristie uit de zeventiende eeuw. In samenwerking met de Koning Boudewijnstichting, de Provincie West-Vlaanderen en de Dienst voor Monumentenzorg van de Vlaamse Gemeenschap werd deze Romaanse kerk in 1986-1988 door het stadsbestuur gerestaureerd. Tijdens de zomermaanden lopen er geregeld kunsttentoonstellingen.
Sint-Eligiuskerk
Dorpsstraat, Ettelgem
Driebeukige bidplaats met transept, diep koor en twee nevenkoren in neogotische stijl opgetrokken vanaf 1909 o.l.v. de Brugse architect Alfons de Pauw. Tot de voornaamste kunstwerken in deze bidplaats, die afkomstig zijn uit de Romaanse kerk, behoren een zeventiende-eeuwse preekstoel, biechtstoelen en schilderijen.
Onze-Lieve-Vrouwekerk
Mariastraat, Oudenburg
Het monument heeft een basilikale vorm en werd uiteindelijk in 1874 ontworpen door architect P. Buyck. Voordien stond hier een Romaanse bidruimte. De kerk bezit alle kenmerken van een neogotisch gebouw: Latijns kruis als grondplan, spitsbogen, roosvenster, steunberen en pinakels. In deze kerk bevindt zich het schrijn van de H. Arnoldus, die de nabijgelegen maar bijna volledig verwoeste St-Pietersabdij stichtte. In de glasramen en in het beeldhouwwerk van een zijaltaar worden taferelen uit het leven van de heilige voorgesteld. In de middenbeuk werden de wapens van de abten van de voormalige abdij geschilderd. Merkwaardig is het vijftiende-eeuwse devotiebeeld van O.-L.-Vrouw-van-Foy en enkele gedenk- en grafplaten. In de nabijheid van de kerk staat de vroegere schandpaal. Op het Marais-Vernierplein achter het stadhuis, in de Mariastraat en in de Kerkstraat werden gedeelten van het Romeinse castellum op de straatstenen uitgetekend. Ook een monumentje op het Marais-Vernierplein en de maquette van het castellum herinneren daaraan.
Sint-Michielskerk
Pastoriestraat, Roksem
Deze moderne, functionele zaalkerk met losstaande klokkentoren werd gebouwd in 1964. De doopvont is een twaalfde-eeuws bekken in witte mergelsteen. De parochie behoort nochtans tot de oudste van Vlaanderen. In de nabije omgeving - bijna op de hoek Zeeweg en de Oude Brugseweg - is een archeologisch park met het tracé van de vroegere Romaanse kerk aangelegd.
Sint-Audomaruskerk
Gistelsesteenweg, Westkerke
Driebeukige neogotische pseudo-hallenkerk met achthoekige geklasseerde toren die vroeggotische kenmerken vertoont. Deze toren werd in 1994 gerestaureerd. Een drietal merkwaardige schilderijen sieren samen met het meubilair uit de achttiende en negentiende eeuw het interieur van deze bidplaats.
Sluizencomplex Plassendale
Gelegen langs het kanaal Brugge-Oostende en Oudenburg-Nieuwpoort. Dit sluizencomplex werd al in de 17de eeuw aangelegd en vormde een voorname schakel in de verbinding tussen het achterland en de zee. Het geheel speelde een belangrijke militaire en economische rol. Het werd aangepast in de 18de eeuw o.l.v. de Brugse architect Pulinx en werd in 1996 geklasseerd. Het geheel ligt in de nabijheid van de Zwaanhoek.
Hoeve Maenhoudt
Noordelijke oever kanaal Plassendale-Nieuwpoort, richting Snaaskerke
De hoeve kreeg zijn naam van de laatste bewoners, alhoewel de eerste vermelding teruggaat tot een omloper van 1701. Het is een polderhoeve met kenmerkende "kop-hals-romp-structuur", bestaande uit een grote westvlaamse bergschuur, waaraan later een stal en een woonhuis gebouwd werden. De typische bergschuur uit 1717 ondersteunt het dak door een uitgebreid, vrij gaaf bewaard 17de-eeuws stapelgebinte met gebeitelde telmerken
't Klokhof
Pardoenstraat, Westkerke
De majestueuze typische polderhoeve met onverhard erf werd na restauratie terug in gebruik genomen als biologische geitenboerderij. De naam verwijst naar de klok op het boerenhuis van 1875. De oudste vermelding gaat terug tot een ommeloper van 1697:" hofstede (...) met de mote ende wallen ende syngelen rontomme". In die tijd was de pachthoeve omwald door een dubbele gracht. De mooi versierde zijgevels van de dwarse gebouwen geven hun bouwjaar weer, 1862 en 1863. In 1862 werd de koestal opgetrokken het jaar erna een schuur met geïncorporeerde stallingen. Achter het woonhuis staat nog de zomerkeuken met bakhuis.
Abdijhoeve
Marktstraat 1
Door een zeventiende-eeuwse schilderachtige toegangspoort komt de bezoeker op de binnenkoer van de abdijhoeve. Dit witgekalkte langsgebouw is één van de laatste overblijfselen van de voormalige Sint-Pietersabdij. Aan de oostzijde bevindt zich een steen met het wapen van abt Jan-Maximiliaan d'Enghien (r.i.p. 1622), de vermoedelijke bouwheer. Merkwaardig is ook de duiventoren uit de vijftiende eeuw.
Abtsgebouw
Marktstraat 25
Naast de hoeve blijft enkel de achttiende-eeuwse prelaatswoning van de Sint-Pietersabdij over. De constructiedatum (1756) is vastgelegd in de muurankers. Het gebouw in classicerende vormgeving werd opgetrokken tijdens het abbatiaat van Maurus Eloy. De bijhorende tuin werd in een Frans classicistisch geïnspireerde stijl aangelegd. In de voorgevel prijkt een witstenen basreliëf waarin links Sint-Arnoldus in wapenrusting en met bisschopsattributen werd afgebeeld en rechts Sint-Jacob-van-Compostela.
De Witte Molen
Ossenweg 1, Roksem
De Witte Molen is gelegen op de grens van Roksem en Bekegem, aan de oude Zeeweg. Oorspronkelijk was het een stookmolen die de naam "Rockxem-molen" had meegekregen. De huidige bakstenen bergmolen werd gebouwd in 1843 door Pieter Dierickx Visschers en zijn echtgenote Francisca Strubbe. In de molenromp zit een steen waarop staat "PDV/FS/1843" (PDV = Pieter Dierickx Visschers, FS = Francisca Strubbe). Deze bouwheer had in 1841 in een openbare verkoping "een woonhuys, koorn-wind-molen en oliestandaert-molen, oliekelder, roskot en verder gerief" gekocht van de gebroeders Monteyne. Bij de herbouw werden vele balken uit voorgaande houten molen opnieuw gebruikt. Enkele inscripties wijzen hier op. In drie hoekstukken van het vroegere vangwiel - voorheen een armwiel - staat "Pieter Vieubled 1793" en op een balk op de steenzolder lezen we "1796". De Witte Molen is een bergmolen oorspronkelijk ingericht als graan- en oliemolen met een oliekelder in de wal. De staande as of koningsspil draait op een balk op de benedenverdieping en was voorzien van een schijfloop om het steen- en wentelwiel aan te drijven. Er zijn twee maalgangen, haverplet en buil. Boven iedere maalstoel is een kleine stelling met een as die voorzien is van vier handspaken voor het uittrekken van het klauwijzer. Nadat de molen lange tijd in het bezit was van de familie Dierickx Visschers werd die in 1965 gekocht door handelaar-landbouwer Edouard Gailliaert. In 1994 nam de stad Oudenburg de molen in erfpacht voor 27 jaar, met de bedoeling de molen maalvaardig te herstellen. In 2002-2003 werd de restauratie beëindigd. Nu pronkt "De Witte Molen" terug in het Oudenburgse landschap. Je kan de Witte Molen elke eerste zondag van de maand in de namiddag bezoeken. De toegangsprijs bedraagt 1,50 euro per persoon en kinderen (tussen 8 en 15 jaar) betalen 0,75 euro.
Monument landschapsschilder Louis Clesse (1889-1961)
Stationsstraat
Louis Clesse behoorde tot de voornaamste landschapsschilders die in deze streek kwamen werken. Hij kwam uit Tervuren maar is ereburger van Oudenburg. Zijn werk met zicht op het kanaal is interessant.
Reigersnest
Noordstraat, Westkerke
Het Reigersnest is een buitengoed met bijhorende hoeve. De toegangsweg is deels gekasseid en omzoomd met paardekastanjes. Sinds 1971 is dit domein een natuurreservaat omdat er, voor België, één van de grootste kolonies blauwe reigers broedt.
|